Foto’s gemaakt door: Bas Janssens 2011©                                                                                                                                                                                                                                    Originele foto’s hieronder! 

 

Historie:

In het landschap ten Oosten van Tilburg zijn de torens van de trappistenabdij Onze 
Lieve Vrouw van Koningshoeven al meer dan een eeuw beeldbepalend. Wie
binnendoor van Tilburg naar Moergestel rijdt, passeert even buiten de stad het
kloostercomplex. Wat bracht eind negentiende eeuw monniken ertoe zich op deze
plek te vestigen? En hoe verging het hen daar?


Toevluchtsoord:

In 1880 maakte abt Dominicus Lacaes van het Noord-Franse trappistenklooster
Sainte-Marie-du-Mont op de Katsberg zich zorgen over het lot van zijn
kloosterlingen. Het zag er in die tijd voor het religieuze leven in Frankrijk
niet bepaald rooskleurig uit. Door antikerkelijke wetgeving werden kloosters in
hun voortbestaan bedreigd. De monniken van de Katsberg waren er op voorbereid dat
ze op korte termijn het land moesten verlaten. Uiteindelijk is het zover niet
gekomen, maar de situatie was dusdanig alarmerend dat de abt besloot één van
zijn monniken, Sebastianus Wyart, uit te zenden om een toevluchtsoord te zoeken
in het buitenland. De keuze van Wyart viel op Nederland, dat verdreven
religieuzen gastvrij ontving. In de buurt van Tilburg, op het grondgebied van
het plaatsje Berkel-Enschot, vond hij wat hij zocht: een stuk heide, met enkele
kleine hoeven en een schaapskooi. De plaatselijke bevolking noemde deze hoeven,
de ‘Koningshoeven’, omdat ze eigendom waren geweest van koning Willem II.


Trappistenbrouwerij:

De schaapskooi werd verbouwd tot voorlopig klooster en op 5 maart 1881 was er voor
het eerst een eucharistieviering op ‘Koningshoeven’. Hiermee was de vestiging
van het eerste cisterciënzerklooster in Nederland sinds de Reformatie een feit.
Daarvóór telde Nederland tal van cisterciënzerabdijen, vooral in het Noorden.
De opkomst van het protestantisme en de ontwikkeling van de noordelijke
Nederlanden tot een zelfstandige staat in de 16de en 17de eeuw betekende het
einde van de kloosters. Om in hun levensonderhoud te voorzien waren de monniken
in Koningshoeven begonnen met het ontginnen van de schrale heidegrond. Maar dat
bleek meer kosten dan baten te geven. Er moest een oplossing gevonden worden,
temeer omdat steeds meer kandidaten zich kwamen aanmelden en het toevluchtsoord
een blijvende stichting werd. Toen het boeren-bedrijf niet in de meest
elementaire levensbehoeften kon voorzien, besloot de eerste overste, Nivardus
Schweykart, een kleine brouwerij te beginnen. Dit zou het begin zijn van
Nederlands enige trappistenbrouwerij. Tot op de huidige dag de belangrijkste
bron van inkomsten voor het klooster.

 

Instituten:

In 1891 werd Koningshoeven verheven tot abdij en startte onder leiding van de eerste
abt, Willibrord Verbruggen, de bouw van een nieuw imposant klooster. In juli
1893 verhuisden de kloosterlingen naar het gereedgekomen complex en viel het
voorlopige onderkomen ten prooi aan de slopershamer. Op 17 september 1894 werd
de abdijkerk plechtig geconsacreerd. Koningshoeven stichtte al vrij snel een
abdij in Zundert (1900): ‘Maria Toevlucht’. Deze groeide uit tot een bloeiende
gemeenschap. In 1936 werd op aandrang van veel vrouwelijke familieleden van de
monniken een begin gemaakt met de bouw van een trappistinnenabdij in
Berkel-Enschot, Onze Lieve Vrouw van Koningsoord, de enige
cisterciënzerinnenabdij in Nederland. Koningsoord stichtte abdijen in Duitsland
(1955) en in Oeganda (1964). Andere stichtingen van Koningshoeven vonden plaats
in Indonesië (Maria van het Blijde Moeras, 1953: in 1978 verheven tot
zelfstandige abdij) en in Kenia (Onze Lieve Vrouw van Victoria, 1958: in 1967
verheven tot zelfstandige abdij).

Deze abdij werd in 2007 moest gesloten vanwege het tribale geweld in de omgeving.
Het klooster werd verwoest en de monniken moesten vluchtten naar Oeganda.
In Kyotera (Oeganda) heeft Koningshoeven in 2008 een nieuwe gemeenschap gesticht samen met de gevluchte monniken uit Kenia.

Drastisch besluit:

Na de oorlog nam het aantal intredingen drastisch af en verlieten velen het klooster.
De gemiddelde leeftijd van de communiteit steeg en behoefte aan verzorging van
zieke en oudere monniken groeide. Na lang wikken en wegen, en vooral met het
oog op de toekomst van de abdij, nam de gemeenschap in 1997 een ingrijpend
besluit: de meest hulpbehoeftige monniken gingen naar een
kloosterverzorgingshuis in Vught. In Huize Sparrendaal heeft deze groep een
eigen communiteitsleven, aangepast aan de ouderdom en de verzorging. Dit huis is in 2007 opgeheven en de overgebleven 2 monniken van Konigshoeven die daar verzorgd werden zijn overgeplaatst naar een verzorgingshuis in Tilburg.
Het kloostercomplex is de afgelopen jaren grondig gerenoveerd en met de jongere
groep van zestien abdijbewoners is er voor gekozen om een ‘doorstart’ te maken
op de historische plek waar het in 1881 allemaal begon.

In de abdij wonen en werken nu 21 monniken in de leeftijd van 22 tot 88 jaar.


Bron Tekst: Abdij Koningshoeven, Koningshoeven ontmoetingen, Wikipedia

 

 

 

 


 

This site tracked by OneStat.com. Get your own free site counter.