Cartografie Galgenven / De Volmolen

En dit is een bijzondere afbeelding. Op de aangegeven plaats stond nl. de volmolen van het echtpaar vd Bergh-Krabbendam


De Tilburgse wolfabrikant Frederik van den Bergh bouwde hier in 1811 een op wind aangedreven volmolen.

Het nu zo rustige Galgeven tussen Berkel-Enschot en Moergestel was eens een plaats met volop activiteit.                             De volmolen van het echtpaar vd Bergh-Krabbendam.( Onnodig om nu nog naar restanten te zoeken
want er is niets meer van te vinden). Licht heuvelopwaarts bevonden zich enkele huisjes
waar de arbeiders woonden die in de molen werkten.Zestig jaar geleden waren daar nog enige
voetpaden te vinden die toegang tot de huisjes gaven.Of dat nog zo is weet ik niet.
Deze informatie is afkomstig van een nazaat van het echtpaar vd Bergh-Krabbendam

Lex Verhoeven
 

In 1836 werd de windkracht vervangen door stoomkracht.

Dit is de reden dat het Galgeven in de volksmond ook wel het Berghven genoemd werd. Rond deze molen stonden enkele arbeidershuisjes en een kantoortje, die op oude kaarten goed te zien zijn. Nu resteert er niets meer van deze bebouwing, maar de plaats is wel nog terug te vinden door je te richten op de vegetatie. Rond de molen stonden linde- en eikenbomen, die als je er nu gaat kijken opvallen door hun omvang. De bomen zijn beduidend dikker dan de bomen in de directe omgeving en de aanwezigheid van lindes in een Brabants bos duidt sowieso op een bebouwing in het verleden.

Han van Meegeren


Uitleg over een Volmolen

Een volmolen of voldersmolen werd gebruikt om wol te ‘vollen’.

Vollen is een nabewerking van geweven wollen stof waardoor de kwaliteit sterk verbeterde. Deze

wollen stof was een tussenproduct van de lakenindustrie. De bedoeling was om de weefselstructuur

dichter en vaster te maken (vervilten). Om dit te bereiken moest de stof urenlang, voor sommige

kwaliteiten zelfs dagenlang, gekneed worden. Hiertoe stonden in de begintijd voetvollers

in een kuip en stampten met hun voeten op het natte laken. Hierbij werden toevoegingen zoals

aarde, urine en zeep gebruikt om het vervilten te bevorderen.

Later werden volmolens, aangedreven door paarden, wind of water toegepast, die met houten

stampers het laken bewerkten.

Bij de met water aangedreven volmolen kon het scheprad uitwendig, maar in de steden was dit

meestal inwendig, van de molen zijn aangebracht. Het water stroomde dan onderlangs de molen

door een duiker.

 


Copyright© 2009/2017 Lexverhoeven®